White Time Healing - Offizielle Website fuer Deutschland - Golden Movements
De sterkste en liefdevolste energie die we kennen en die je leven op vele niveaus verandert.
Artikelen

Spiritueel Kapitalisme

Het evangelie volgens Adam Smith

Weldoen en zakendoen: kan dat succesvol samengaan? Wel voor een spirituele kapitalist.

Door Max Christen en Carleen Hawn in het juni nummer 2008 maandblad Ode; http://nl.odemagazine.com/

Het viel niet mee een afspraak te maken met Art DeLorenzo. Hij is financieel adviseur in New York, zevenenzestig en gepensioneerd, maar met zijn opbloeiende adviseurspraktijk kan hij zelden stil zitten. Ik ben journaliste aan de andere kant van het land, met een aanhoudende regen aan deadlines. Verscheidene afspraken werden verzet of niet gehaald, maar we bleven het proberen. Net toen we het op een avond eindelijk eens leken te worden over weer een nieuwe datum voor ons interview, maakte DeLorenzo een opmerking die net zo waardevol zou blijken te zijn als al zijn uitspraken tijdens ons telefoongesprek van een uur, een paar dagen later.

‘Wacht even.’ DeLorenzo zweeg. ‘Ik kan wel zeggen om drie uur, maar de bijeenkomst met de groep vóór u loopt meestal uit. Dat gebeurt nou eenmaal, dat weet ik. Daarom spreek ik liever niet direct na hen met u af. Ik wil niet dat de zuiverheid van mijn inzet voor hen eronder lijdt, ziet u?’

De details van iemands agenda zijn op het eerste gezicht misschien niet bijzonder boeiend. Maar opeens drong het tot me door dat zijn welbewuste nadruk op een paar woorden – ‘de zuiverheid van mijn inzet’ – een duidelijk en sprekend teken was van de nog vage, maar aanzwellende tendens van het spirituele kapitalisme.

Spiritueel kapitalisme heeft niets te maken met gebedssessies op de werkvloer of begeleide meditatie in directievertrekken. Dat hóeft tenminste niet. Wel betekent het dat het succes van een onderneming evenzeer wordt afgemeten aan normen als ‘zuiverheid’ en ‘inzet’ als aan doelstellingen als ‘efficiency’ en ‘winstgevendheid’.

Het is gebaseerd op het inzicht dat iedere zakenpersoon – of u nu de algemeen directeur bent van een grote multinational of de baas van uw eigen bedrijfje – uiteindelijk in de dienstensector werkt en dat de bewezen diensten niet alleen voordeel moeten opleveren voor hemzelf en zijn aandeelhouders, maar ook voor de aarde en andere mensen. Het eerste gebod van de groeiende beweging van spiritueel kapitalisme luidt: wie let op zijn eigen zaak, moet ook op de zaken van anderen letten.

De geestelijke vader van het spirituele kapitalisme is niet Mahatma Gandhi of de Dalai Lama. Het is Adam Smith, de Schotse achttiende-eeuwse filosoof die de grondlegger werd van onze moderne economische opvattingen. Niet voor niets verwijst de titel van zijn beroemdste werk naar ‘the wealth of nations’ (de rijkdom der naties) en niet ‘the wealth of individuals’.

Smith betoogde dat de vrije markt – waarin het ‘iedereen, zolang hij de wetten niet overtreedt, volkomen vrij staat zijn eigen belang op zijn eigen wijze na te streven, en met zijn zaak en zijn kapitaal te concurreren met ieder ander’ – het beste middel was om rijkdom voort te brengen. Daarnaast betoogde hij dat de voordelen van de vrije markt niet alleen moesten toekomen aan het individu, maar ook aan de maatschappij als geheel.

In zijn boek Business and The Buddha: Doing Well by Doing Good schrijft Lloyd Field dat ‘Smith de volgende ethiek verwoordde: "De gemiddelde man en vrouw moesten samen met de maatschappij waarin ze leefden, als eersten profiteren van een rijke natie," Voor Smith en voor iedereen die spiritualiteit wil combineren met zakendoen, gaat het om een principe dat meer is dan alleen de basis voor commercieel succes: het is tevens het fundament van een rechtvaardige en duurzame samenleving.

Steeds meer bedrijven, grote en kleine, laten zich inspireren door het werk van Smith, al noemen ze dat wat ze doen meestal niet ‘spiritueel’. Google heeft het tamelijk pakkende bedrijfsmotto ‘Don’t be evil’ (‘Doe geen kwaad’) geïntroduceerd, en heeft via zijn liefdadigheidsstichting Google.org meer dan 75 miljoen dollar aan subsidies verstrekt aan onderzoeksprojecten en investeringen ter ondersteuning van ondernemers in ontwikkelingslanden en ter bevordering van duurzame energie. Het personeel van Allianz, het 118 jaar oude Duitse verzekeringsbedrijf, leert ‘met het hart’ te luisteren naar de financiële zorgen van klanten om hen beter van dienst te kunnen zijn. De adviseurs van Ameriprise Financial, een pensioenfonds dat een kapitaal van 500 miljard dollar beheert, krijgen een ‘opleiding in vergevingsgezindheid’, om succesvoller te worden. Dr. Hauschka Skin Care, een Duitse distributeur van holistische producten en cosmetica, vat fair trade ruim op en investeert in de Afrikaanse toeleveranciers, waarvan ook de concurrenten van het bedrijf profiteren. One World Everybody Eats, een Amerikaans eetcafeetje in Salt Lake City in Utah, vraagt de klanten te betalen naar draagkracht.

Waarom doen ze dat? Niet alleen omdat het ‘goed’ is, maar omdat spiritueel kapitalisme een slimme bedrijfsstrategie is, ook nu de dreiging van een recessie in Amerika dagelijks nieuws is. Werknemers en managers die spirituele principes als mededogen en vergevingsgezindheid zijn toegedaan, zijn gelukkiger en dus productiever. Voeg een snufje gevoel toe aan je verkooppraatje en jawel: je verkoopt meer.

De consument wendt zijn koopkracht in toenemende mate aan voor de aanschaf van producten van bedrijven die het spirituele kapitalisme omarmen. Kijk maar naar de populariteit van duurzame energie, fairtrade producten, biologische voedingsmiddelen en de groei van de sector van het maatschappelijk verantwoord investeren, waarin volgens het Social Investment Forum op dit moment meer dan twee biljoen dollar wordt beheerd.

Al even belangrijk is het feit dat de schijnbare tegenstrijdigheid tussen ‘weldoen’ en ‘geld verdienen’ begint te verdwijnen. ‘De meeste mensen denken gewoonlijk rechtlijnig: als dit, dan niet dat’, meent Terry Mollner, die in 1982 de mede-oprichter was van de Calvert Group, een bedrijf voor maatschappelijk verantwoorde investeringen. ‘Als ik winst wil maken, kan ik niet groen zijn. Maar we leven in een nieuw tijdperk van collectief bewustzijn, waarin een hiërarchie van prioriteiten geen noodzakelijk gegeven is. De hele hiërarchie moet in dienst staan van het algemeen belang, ook het maken van winst.’

Spiritueel kapitalisme is dus een holistische benadering van zakendoen die meer – veel meer – begint te worden dan de som der delen.

Spiritueel kapitalisme kwam in de jaren zeventig op met de zakenethiek waarin mensen belangrijker waren dan winsten en het concept ‘sociaal ondernemerschap’ ontstond. ‘We waren hippies die tegen de massa’s schreeuwden’, weet Mollner van de Calvert Group nog. ‘Het was net na de jaren zestig, toen we tekeergingen en ons afzetten tegen bedrijven omdat die alleen maar winst wilden maken. Veel mensen trokken zich terug op boerderijen en begonnen hun eigen voedsel te verbouwen. We namen land in gemeenschappelijk beheer en gebruikten alternatief geld. En daaruit ontstond het idee van maatschappelijk verantwoord zakendoen, waarbij het niet in de eerste plaats om de winst ging, maar om een fatsoenlijke relatie met de werknemers, het milieu en de gemeenschap.’

De ondernemingen hadden niet zoveel succes als de oprichters ervan hadden gehoopt. De reden daarvan lag voor een belangrijk deel in het feit dat ze zich zonder winst niet staande konden houden. Bedrijven kunnen niet van goede bedoelingen alleen bestaan. Met de oprichting van de Calvert Group wilde Mollner bewijzen dat bedrijven met een spirituele ethiek als weldoener kunnen functioneren en tegelijkertijd een concurrentievoordeel hebben. Calvert biedt nu zo’n dertig fondsen aan, met een totale marktwaarde van honderden miljarden dollars, en maatschappelijk verantwoord investeren (MVI) is inmiddels een van de belangrijkste sectoren waar geld en geest elkaar ontmoeten.

MVI begon als methode om schadelijke producten – alcohol, tabak, wapens – buiten investeringsportefeuilles te houden. ‘We beoordeelden ondernemingen op grond van de slechte dingen die ze in het verleden hadden gedaan’, legt Mollner uit. Dat bleek al snel onvoldoende voor Mollner en andere pioniers van het MVI. Daarom begonnen ze bedrijven te controleren op de goede dingen die ze deden, met andere woorden: op hun spirituele principes.

‘We beseften dat we bedrijven wilden die niet alleen maar geen kwaad deden, maar die het algemeen belang bevorderden’, vertelt Mollner. Nu worden potentiële investeringen door MVI-fondsmanagers gecontroleerd op milieuvriendelijkheid, sociale rechtvaardigheid en corporate governance ? allemaal factoren die bijdragen aan een positieve balans in de spirituele boekhouding.

Adam Smith zou zich er goed in hebben kunnen vinden.

Allianz verkoopt jaarlijks financiële producten en verzekeringspolissen ter waarde van meer dan honderdzestig miljard dollar. Het in München gevestigde bedrijf heeft afdelingen in zeventig landen, waaronder Nederland, waar de verkopers van Allianz een opleiding krijgen die hen moet helpen de emotionele en psychologische problemen die hun klanten ten aanzien van geld hebben, te herkennen en op te lossen. Het doel is, volgens Paul Versteeg, directeur van de afdeling Levensverzekeringen en Vermogensbeheer van Allianz Nederland, hen in staat te stellen ‘het hart van hun klant te horen’, zodat ze hem beter van dienst kunnen zijn. ‘Je kunt alleen naar het hart van een ander luisteren als je naar je eigen hart kunt luisteren’, meent Versteeg.

Versteeg (48) kreeg zijn huidige positie in 2005 na twintig jaar werken bij Allianz. Versteeg zag in dat hij een probleem had: de agenten van Allianz hadden een slecht imago bij de cliënten, die hen niet zagen als eerlijke, behulpzame adviseurs, maar als gladde verkopers met alleen oog voor hun eigen belang. ‘Wat is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid als verzekeringsmaatschappij?’, vroeg Versteeg zich af. ‘We nemen risico’s weg. We bieden bescherming. Waarom hebben we dan zo’n slecht imago?’

Onduidelijkheid over de wijze waarop de verkopers hun commissie verdienden bleek een van de oorzaken van het wantrouwen. Ook bleek dat de bemiddelaars veel te weinig tijd – precies 84 seconden – besteedden aan het luisteren naar de financiële zorgen van hun potentiële cliënten, voordat ze aan hun verkooppraatje begonnen. ‘Er werd alleen maar een product verkocht in plaats van advies gegeven’, stelt Versteeg. ‘Dat moest veranderen. We moesten de cliënt centraal stellen en de verkopers leren zich te concentreren op de financiële belemmeringen die cliënten mogelijk voelen.’ Daarom nam Versteeg de adviseurs George Kinder en Brett Davidson in de arm, om de medewerkers van Allianz de schone kunst van het luisteren met je hart te leren.

Kinder, de auteur van The Seven Stages of Money Maturity: Understanding the Spirit and Value of Money in Your Life, betoogt dat veel financiële problemen meer te maken hebben met onze houding tegenover geld dan met onze bankrekening. Voordat iemand de benodigde praktische stappen kan zetten om financieel orde op zaken te stellen, moet hij volgens Kinder eens kritisch naar zichzelf en zijn relatie tot geld kijken. Hij ontwikkelde het concept ‘financiële volwassenheid’ als kader voor de oplossing van ‘het schijnbare conflict tussen leven en geld’, zoals hij het formuleert.

En terwijl Davidson de verkoopmedewerkers hielp beter met cliënten te communiceren, hielp Kinder hen de emotionele en financiële behoeften van de cliënten te herkennen en daarop in te spelen. ‘Een agent leert de emotionele en psychologische barrières van een cliënt in verband met geld op te sporen’, legt Versteeg uit. ‘Wat zijn zijn eerste ervaringen en herinneringen in verband met geld? Wat heeft hij tot nu toe met zijn geld gedaan? Een verzekeringsagent moet daarachter zien te komen door te luisteren en de juiste vragen te stellen. Zo moet hij proberen door die barrières heen te breken.’

Klinkt geweldig, maar is het al die moeite waard? Versteeg meent van wel. Verzekeringsagenten presteren beter en het aantal klanten neemt toe, met name doordat ze via bestaande klanten komen. ‘Onze mensen besteden hun tijd nu aan meer menselijke doelstellingen’, verklaart Versteeg. ‘De verkopers zijn trots op zichzelf en de cliënten zijn gelukkiger dan vroeger.’

Daarmee zijn we terug bij de zuiverheid van Art DeLorenzo’s inzet. Voordat DeLorenzo in 2005 met pensioen ging, was hij financieel adviseur bij Ameriprise Financial, een Amerikaans bedrijf voor pensioenplannen. Als onderdirecteur was DeLorenzo verantwoordelijk voor de groei van de inkomsten van de meer dan vijftig adviseurs die onder hem werkten in de marktgroepen van Ameriprise. DeLorenzo’s team pleegde heel wat loze telefoontjes, vertelt hij: ‘Ze kregen vaak "nee" te horen’, weet DeLorenzo. ‘Afwijzing is een belangrijke constante in hun leven. Als mensen daar niet goed mee om kunnen gaan, wordt hun kans op succes nog kleiner.’

Het testen van de emotionele vaardigheden van verkopers was al een oude gewoonte, vertelt DeLorenzo, omdat ‘we wisten dat degenen die in emotionele vaardigheid het hoogst scoorden, het meeste succes hadden.’

Maar DeLorenzo vond dat ze verder moesten gaan. Daarom besloot hij in 2000, toen zijn team na de dotcom-crash op de aandelenbeurzen het extra zwaar te verduren had, om Rick Aberman, een ontwikkelingspsycholoog bij het adviesbedrijf Lennick Aberman Group uit Minneapolis, voor te stellen aan Fred Luskin, een psycholoog die aan het hoofd stond van een onderzoeksafdeling van Stanford University, genaamd het Stanford Forgiveness Project (project voor vergevingsgezindheid), en de schrijver is van Forgive for Good. Samen ontwikkelden ze een programma op basis van Luskins ‘vergevingsgezindheidstraining’.

Waarom nu vergevingsgezindheid? ‘Vrijwel onbegrensde intermenselijke vriendelijkheid en welwillendheid – dat is het spirituele fundament van het leven’, legt Luskin uit. We kunnen dat bereiken door drie principes in de praktijk te brengen: mededogen, vergevingsgezindheid en dankbaarheid. Dankbaarheid is belangrijk omdat, zegt Luskin, zij het lastig maakt om woede vast te houden: ‘Het is veel moeilijker om je verongelijkt te voelen als je je erop concentreert dankbaar te zijn voor wat je hebt. Wanneer je vergeeft, gaat je aandacht veel meer uit naar het heden dan het verleden. Hoe minder ruzie je maakt, hoe minder boos en gedeprimeerd je je voelt en hoe meer energie je overhoudt om productief te zijn en je werk goed te doen.’

Bij de eerste proef, die van september 2001 tot augustus 2002 duurde, moesten de deelnemers verschillende oefeningen doen die hen hielpen ‘de waarden die de productiviteit stimuleren te herkennen en vast te houden’, aldus Luskin. ‘We deden een oefening waarbij de deelnemers water moesten drinken met aandacht en dankbaarheid. Je proefde het water echt en concentreerde je een ogenblik op je gevoel van dankbaarheid. En je keek naar de foto op je bureau van je gezin en daar was je ook dankbaar voor.’ Daarna zeiden de deelnemers dat ze zich verfrist voelden en keerden ze productiever dan voorheen naar hun bureau terug.

Ze deden ook een spel: ‘Bevriezen’. Midden onder een les zei DeLorenzo dat de deelnemers moesten stilstaan en onmiddellijk in hun schrijfblokje moesten opschrijven hoe ze zich voelden. ‘Het is bedoeld om mensen te laten inzien dat je ook als je midden in een gesprek zit, je gedachten er niet altijd voor honderd procent bij hebt’, vertelt hij. Op dat soort onbewaakte momenten komen gevoelens naar boven die het gedrag negatief kunnen beïnvloeden. Als je zonder dat je het beseft prikkelbaar bent, kunnen je daden botsen met je principes – je kunt bijvoorbeeld je geduld verliezen met een cliënt of een transactie mislopen.

De resultaten waren zeer bemoedigend. Er viel een toename van achttien procent in commissies waar te nemen onder de deelnemers ten opzichte van elf procent bij collega’s die niet naar de workshop waren geweest. In de verkoop is een verschil van zeven procent in gegenereerde inkomsten ten opzichte van collega’s heel groot. Tot nu toe hebben 74 adviseurs de workshop ‘vergevingsgezindheid’ gevolgd in zeven jaarlijkse programma’s. Ieder jaar overtroffen de deelnemers hun collega’s in gemiddelde productiviteit. De groep van 2002-03 toonde een groei van de verkoop van 24% tegen slechts 5% bij de niet-deelnemers; een van de klassen van het jaar 2003-04 realiseerde een verbluffende groei van 46% in commissies tegen 13% voor degenen die geen opleiding hadden gekregen.

Sinds 2001 is de stress-score van de deelnemers met 23% gedaald; de woedescore daalde met 13% en de ‘positiviteitsscore’ – of je een positief beeld van de wereld had – steeg met 20%. Zelfs de ‘lichamelijke vitaliteit’ van de deelnemers verbeterde met 9%.

Sinds 1993 beschikt Dr. Hauschka Skin Care (DHSC), gevestigd in Waltham in Massachusetts, over de exclusieve distributierechten in de VS voor holistische producten en huidverzorgingsmiddelen van WALA Heilmittel in het midden van Duitsland. Vorig jaar heeft DHSC voor twintig miljoen dollar aan crèmes en cosmetica verkocht, gemaakt van uitsluitend biologisch verbouwde planten en plantenextracten. DHSC betrekt de sheaboter voor zijn cosmetica uit het West-Afrikaanse Burkina Faso, een van de dertig armste landen ter wereld, volgens het World Factbook van de CIA. Het bruto nationaal product bedraagt per hoofd van de bevolking net 1200 dollar.

Susan West Kurz en haar man Clifford waren tot 2006 de eigenaars van DHSC. In dat jaar liquideerden ze hun eigen vermogen en brachten het op winst gerichte bedrijf onder in een trust, zodat het minder makkelijk door een grote cosmetica-onderneming kon worden overgenomen. In lijn met het spirituele kapitalisme helpen man en vrouw samen de inwoners van Burkina Faso om op duurzame wijze in hun levensonderhoud te voorzien, terwijl ze daarbij zelf winst maken. ‘Een bedrijf moet winst maken om duurzaam te kunnen zijn’, zegt Susan. ‘Het gaat erom wat je met de winst doet.’

Wat doen de Kurz’s dan met hun winst? Ze investeren in landbouwcoöperaties van vrouwen, om ze te laten overschakelen op biologisch-dynamische landbouw. Susan en Clifford, die allebei een opleiding in biologisch-dynamische landbouwmethoden hebben gehad, geloven in deze methode omdat, zoals Clifford uitlegt, ‘daarbij de bodem niet wordt uitgeput. Je probeert het beste uit de aarde te halen, maar zonder dat de natuur eronder lijdt. De meeste economieën drijven op ziekte, oorlog en winst voor weinigen. Dat komt doordat de meeste [bedrijven] het contact met mensen en met de aarde zijn verloren. Maar je kunt de aarde niet als een machine behandelen. De aarde is iets wat leeft en groeit. Je kunt het spirituele gedeelte niet weglaten.’

Voor de bevolking van Burkina Faso is het spirituele essentieel. De coöperaties produceerden vroeger nog geen honderd ton ongeraffineerde sheaboter per jaar en nu meer dan het dubbele. DHCS neemt jaarlijks maar ongeveer vijftig ton af. De concurrentie koopt de rest. DHCS zou de totale productie van biologisch-dynamische sheaboter uit Burkina Faso kunnen opkopen en een lagere prijs kunnen uitonderhandelen, maar dat gebeurt niet. Waarom niet? Omdat het zakelijk niet verstandig is. Een grotere markt voor biologisch-dynamische cosmetica is goed voor iedereen – de bevolking van Burkina Faso, DHCS en de concurrenten.

‘Wij willen de aarde helpen’, vertelt Susan. ‘Dr. Hauschka’s manier om de aarde te helpen is niet met verheven idealen, maar met praktische en concrete middelen. Wanneer we biologisch-dynamische methoden introduceren op sheaboterboerderijen, doen we iets voor de aarde. En tegelijkertijd geven we de gemeenschap een levend, authentiek bedrijf. Het is beter voor de mensen om voor hun inkomsten niet van één bedrijf afhankelijk te zijn. Voor ons is dat geen abstracte theorie. Wij brengen onze principes in de praktijk.’

Ook Denise Cerreta, een acupuncturiste die haar naalden verruilde voor potten en pannen en een eigen eetcafé begon, wil haar principes in de praktijk brengen. Het idee van spiritueel kapitalisme betekende niets minder dan een openbaring voor haar: ‘Ik besefte dat mijn cliënten niet ziek, maar eenzaam waren. Het had me altijd wel leuk geleken een eigen eetcafé te beginnen en opeens begreep ik dat ik meer voor mensen kon betekenen als ze naar iets konden komen dat ik had opgezet dan als ze alleen maar langskwamen voor "een behandeling".’

Cerreta verkocht haar praktijk, huurde een winkel en opende One World Everybody Eats in Salt Lake City in Utah, in het westen van de VS. Cerreta werkt niet met een vast menu of vaste prijzen. De klanten betalen wat de maaltijd volgens hen waard was of wat ze zich kunnen veroorloven. Wie niet kan betalen, hoeft niets te geven, maar wordt ‘uitgenodigd’ om af te wassen of aan tafel te bedienen.

Klinkt niet als een manier om een bedrijf te voeren? Toch is het dat wel. Het café raakte bekend en al gauw stonden er drommen klanten voor de deur. In 2006 maakte Cerreta een netto winstmarge van 4% op een jaaromzet van ongeveer 300.000 dollar, een beter resultaat dan meer traditionele restaurants. In dat jaar maakte ze er ook een stichting zonder winstoogmerk van, waardoor ze sneller kon uitbreiden en andere ondernemers kon helpen zulke cafés op te zetten in andere steden.

Haar twaalf voltijds- en deeltijdsmedewerkers verdienen allemaal minstens tien dollar per uur, wat meer dan 70% boven het wettelijke minimumloon in Utah ligt. Iedereen wordt in de vakantie doorbetaald, wat voor Amerikaanse begrippen uitzonderlijk is. Cerreta biedt, zoals zoveel Amerikaanse werkgevers, geen ziektekostenverzekering aan, maar daar wordt momenteel aan gewerkt.

Cerreta (46) verdient bij lange na niet de 150.000 dollar per jaar die ze als acupuncturiste verdiende, maar dat wil ze ook niet. Toen ze tegen haar eerste klant zei: ‘Betaal maar wat die maaltijd volgens jou waard is’, herinnert Cerreta zich, ‘was het of mijn hart zwol, en toen wist ik wat mijn doel in het leven was.’

Er is nu een restaurant naar Cerreta’s voorbeeld in Denver, met nog drie die dit jaar de deuren zullen openen. ‘Ik voel me rijker dan ooit’, verklaart Cerreta. ‘Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen. Het is een soort wonder, zoiets als de wonderbare spijziging.’

Er is geen wonder voor nodig om in de voordelen van het spirituele kapitalisme te geloven, alleen een simpele kosten-baten-analyse. ‘Als mensen volwassen worden, geven ze allemaal prioriteit aan het algemeen belang, al vinden ze zichzelf in een onvolwassen stadium het belangrijkste’, meent Mollner, van de Calvert Group. Waarom zou dat dan eigenlijk niet voor bedrijven gelden?

Lloyd Field betoogt in Business and The Buddha dat het oude zakelijke model van winst om de winst niet alleen tekortschiet, maar ook is ‘gebaseerd op inhaligheid, haat en waanideeën.’ ‘Ik geloof niet dat Adam Smith het zo heeft bedoeld’, schrijft Field. ‘De maatschappelijke kwalen die daar het gevolg van zijn (...) vormen een schril contrast met [Smiths] doelstellingen.’

Field presenteert daarentegen een heel nieuw soort financiële meetpunten ‘waardoor de waarde van een bedrijf niet één enkel getal wordt dat is gebaseerd op de winst, maar een samengesteld getal waarin de spirituele gezondheid is verwerkt’.

Klinkt dat te mooi om waar te zijn? Kijk dan eens om u heen. Het gebeurt al. De wegen van het spirituele kapitalisme zijn ondoorgrondelijk.

Carleen Hawn is een freelance journaliste die woont in San Francisco.

Max Christern is hoofdredacteur van de Nederlandse uitgave van Ode.

 

WTH Hoofdonderwijzer van Duitsland volledig getraind door Channie Cha Centara, ambassadeur voor de aarde.